Mijn vorige blog eindigde ik met twee verzen uit Psalm139:1,2: “HEERE, U doorgrondt en kent mij. U kent mijn zitten en mijn opstaan, U begrijpt van verre mijn gedachten. U onderzoekt mijn gaan en mijn liggen, U bent met al mijn wegen vertrouwd.”
Twee weken geleden sprak er iemand in onze dienst die zijn preek begon met de volgende woorden, die hij had ervaren in zijn tijd met God en wilde delen met onze gemeente.
“Je bent geliefd en aanvaard precies zoals je bent. Jouw denken is je rem, geef je denken aan Mij, Mijn gedachten zijn hoger en groter dan jouw gedachten. Het wordt niet spannend of eng, dat zijn jouw gedachten.”
Ik moet eerlijk bekennen dat het eerste wat ik dacht bij deze woorden niet echt positief was.
‘Niet weer, hé, zo’n preek over de basis, dat je geliefd bent. Dat heb ik inmiddels al duizend keer gehoord.’
Later in zijn preek kwam nog naar voren dat onze motivatie niet moet zijn dat we God tevreden willen stellen, maar dat we ons leven aan Hem mogen geven, want dat is wat we uit genade mogen doen!
Nou, die week heb ik wat gestoeid met de woorden ‘je leven in Zijn hand leggen’. Nu ik in het proces zit om mezelf ruimte te geven en mezelf te accepteren, vond ik het ineens heel erg moeilijk om mijn leven aan Hem toe te vertrouwen.
Wat als ik Hem niet echt kan vertrouwen? Wat als ik het niet goed doe en Hij niet meer van mij houdt?
Toen ik dit thuis uitsprak, zei iemand tegen mij. ‘Het is wel je hemelse Vader over wie je het hebt. Die je gemaakt heeft en gewild. Ook je angsten mag je bij Hem neerleggen en naar Hem uitspreken.’ Die week ben ik dat naar God gaan uitspreken. “Heer, ik wil echt mijn leven geven, maar…
Later, nadat ik het uitgesproken had, was ik aan het lezen in Jesaja 44:8: Wees niet angstig en wees niet bevreesd. Heb ik het u van toen af niet doen horen en bekendgemaakt? Want u bent mijn getuigen: is er ook een God buiten mij? Er is geen andere rots, Ik ken er geen.
Dit raakte mij, het was een bevestiging dat ik niet bevreesd hoef te zijn. Ook de vraag in dit vers, voelde als mijn twijfel om God echt te vertrouwen als Vader. Dan vind ik het een gouden antwoord, dat er geen andere rots is zoals God.
Verder zijn er in de loop van de week mooie dingen op mijn pad gekomen die ik zelf niet had kunnen bedenken. Dan zie ik even een knipoog, dat God mij echt kent. Dat ik mag groeien op mijn tempo en dat Hij bij elke stap aanwezig is.
Dat betekent niet dat het altijd gaat zoals wij voor ogen hebben, maar wel in de wetenschap dat als we ons leven aan Hem toevertrouwen, dat Hij ons leidt, bijschaaft en van ons houdt.
Ik heb ook nog niet alles van deze waarheid gegrepen, maar dit is voor mij een aanmoediging om mijn leven aan Hem toe te vertrouwen. Daar gaat nog wel iets aan vooraf, dat we niet alleen weten dat we geliefd zijn en gekend zijn, maar dat het ook mag landen in jouw en mijn hart. Dat is de basis van waaruit we mogen leven als wij onze identiteit in Hem kunnen vinden.
Is het in jouw hart al geland dat je echt geliefd en gekend bent?